De redding van de UK 44

Verwijtend kijken de mannen op de dijk van Den Helder omhoog naar vuurtoren de Lange Jaap, alsof die het kan helpen. Waarom geeft de kustwachter die bovenin de toren zit niet het sein voor de reddingbrigade? Scheldend en tierend lopen de mannen over de dijk die volstroomt met mensen, die door het donker de zee in turen. Maar Lange Jaap is onbeweeglijk, werpt zijn lichtstralen uit over de zee en zwijgt in al zijn lengte. En wat de kustwachter bovenin doet is maar de vraag. In elk geval waarschuwt hij niet de reddingsbrigade. Het is de nacht van 9 maart 1939. Ongeveer honderd meter verderop in zee vecht de UK 44 tegen haar ondergang, de bemanning heeft allerlei stakelichten ontstoken om de aandacht te trekken. Zelfs kleding en ondergoed is uit het ruim gehaald, in olie gedrenkt en in brand gestoken. Alles wat maar enigszins kan branden wordt aangestoken om de aandacht te trekken van de kustwachter, ver en hoog bovenin de toren. Later zou blijken dat de kustwachter zich vergist had. Hij had de in nood verkerende botter echt wel opgemerkt, maar meende later te zien dat deze op weg was naar de haven. En daarin had hij zich vergist, schromelijk vergist, waardoor reddingboot De Dorus bleef liggen. Schipper van de UK 44 is Albert Post (1892-1980). Hij wordt ook wel Ab van de Zwarte genoemd. Albert is een kleinzoon van Tromp (1834-1908), de eerste Urker van onze familie die in Den Helder ging wonen. Maar Albert is op Urk gebleven. Samen met zijn schoonzoon en zwager vormt hij de bemanning van de botter UK 44. Tijdens het binnenvaren van het Molengat, de vaargeul tussen Noorderhaaks en Texel, kwam er een plotselinge grondzee over het motorgedeelte van het schip, waardoor de motor ermee ophield en bovendien het schip stuurloos werd. In deze zware zee dreef de botter snel naar de Helderse kust, recht op de stenen glooiing van de dijk af. Voor Albert en zijn bemanning het meest hachelijke moment uit hun vissersbestaan, waarin ze machteloos moesten toezien hoe de botter kapot dreigde te slaan tegen de dijk. De ankerkettingen werden uitgezet, maar deze konden het niet houden en braken af. En eindelijk om half elf, nadat woedend gebeld is naar het loodskantoor, krijgt de reddingboot Dorus Rijkers opdracht om uit te rukken. De redding komt net op tijd, maar het kost een aantal trossen voordat
de UK 44 veilig binnen gebracht kan worden. Albert toont zich een dankbaar mens. Hij schrijft een mooie bedankbrief aan het bestuur van de reddingmaatschappij. En ach, het fonds heeft er weer een contribuant bij. Albert schrijft aan het eind van zijn dankbrief: ‘Tevens verplicht ik mij om contribuant te worden van Uwe maatschappij voor een jaarlijksche bijdrage van f 5.’